Studiegids

2019-2020

Studieprogramma

Let op: Vanaf 2020-2021 is er een vernieuwd studieprogramma voor studiejaar 1. Hieronder volgt meer informatie en binnenkort vind je hier ook de studiegids 2020-2021. De onderstaande informatie is onder voorbehoud.

Opbouw

De bachelor Cultureel Erfgoed duurt vier jaar. De eerste twee jaar volgen alle studenten hetzelfde programma en worden ze erfgoedbreed opgeleid. In de laatste twee jaar ga je meer je eigen studiepad kiezen, o.a. via keuzevakken, je afstudeeronderzoek en de afstudeerstage.

De eerste twee studiejaren bestaan elk uit twee semesters van in totaal tien onderwijseenheden (OE). Van de tien onderwijseenheden vinden maximaal twee onderwijseenheden tegelijk plaats. De onderwijseenheden bestaan uit projecten, hoorcolleges, werkcolleges, excursies en studieloopbaanbegeleiding. Het eerste semester zijn er vijf onderwijseenheden en het tweede semester vier. Onderwijseenheid tien, studieloopbaanbegeleiding (SLB), loopt het hele studiejaar door.

Eerste studiejaar

In het eerste jaar wordt de benodigde basis gelegd. Je leert over het brede erfgoedperspectief en over de complexiteit van het erfgoedbegrip en het erfgoedveld. Niet alleen maak je kennis met allerlei vormen van erfgoed, maar ook met de complexe dynamiek eromheen. Wat is het erfgoed in kwestie? Is het materieel, immaterieel of ruimtelijk? Wat is de maatschappelijke context? En wie zijn de belanghebbenden?

De nadruk ligt in het eerste semester op het observeren (oordeel uitstellen) en analyseren (waarderen). In het tweede semester op handelen (toepassen en uitproberen) en evalueren (concluderen). Het werkterrein bestaat in het eerste jaar uit de nabije context: Nederland en de directe omgeving van de academie. Daar bevinden zich tal van musea, monumenten, parken, de Hortus Botanicus en Artis, maar ook een rijke alledaagse cultuur met tal van tradities en gebruiken.

Tweede studiejaar

In het tweede studiejaar breng je de eerder opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk en verdiep je deze. Dit doe je via projecten waarin samenwerking centraal staat en waarbij je nauw contact hebt met het werkveld.

Het tweede studiejaar bestaat net als het eerste studiejaar uit tien onderwijseenheden. De complexiteit ligt in het tweede studiejaar hoger, maar de zelfstandigheid is nog relatief laag. Tijdens groepsprojecten worden studenten intensief begeleid.

Bij deze groepsprojecten worden actuele erfgoedvraagstukken uit de praktijk behandeld die aansluiten bij de belevingswereld van de student en passen bij de eindtermen van je opleiding. Het resultaat is bijvoorbeeld een plan voor een tentoonstelling, een evenement of een educatief programma.

Binnen de groepsprojecten bestaat keuzevrijheid. Jij kiest wat je urgent vindt en wat naar jouw idee verandering behoeft, en oefent met hoe je dit aan verschillende doelgroepen binnen en buiten de erfgoedsector kan overbrengen. Je leert vanuit een metaperspectief naar erfgoed te kijken door bestaande interventies te onderzoeken en te evalueren.
Aan het einde van het tweede studiejaar heb je een duidelijk plan voor jouw persoonlijke verdieping in studiejaar 3.

Derde studiejaar

In het derde studiejaar volg je een eigen traject, leg je eigen accenten en verdiep je je persoonlijke kwaliteiten als beginnende erfgoedprofessional. Je wordt niet aan je lot overgelaten: de academie biedt begeleiding, ondersteuning en sturing. Wel werk je toe naar zelfstandigheid door op individueel niveau je kennis en vaardigheden te verdiepen en verbreden. In dit studiejaar zijn er daarom veel keuzemogelijkheden.

In het eerste semester is die keuzevrijheid leidend. Je bepaalt zelf hoe jouw keuze bijdraagt aan je persoonlijke beroepsprofiel. Je kan kiezen voor een specialisatie, zoals de route naar een diploma archivaris B, maar ook voor een theoretische route die gericht is op doorstuderen. Of juist voor een praktische route door bijvoorbeeld een stage te lopen. Je hebt daarnaast de keuze voor een vastgesteld traject of voor een eigen samengesteld pakket. We gaan ervan uit dat het aanbod van de Reinwardt Academie zo interessant en kwaliteitsvol is, dat het voor de meeste studenten ruimschoots voldoet aan hun behoeften. Tegelijkertijd zorgen we voor interessante kansen en uitdagende mogelijkheden buiten de academie of buiten Nederland. Studenten kunnen deze periode bijvoorbeeld gebruiken om een externe minor te volgen, voor een (buitenlandse) stage of anderszins.

In het tweede semester is ruimte voor verdieping via keuzemodules. Het academiejaar wordt afgesloten met een project waar alle opgedane kennis en vaardigheden samenkomen, met de focus ligt op samenwerkingsvaardigheden. Aan het einde van het jaar ben je in staat een keuze te maken voor het afstudeertraject dat centraal staat in studiejaar 4.

Vierde studiejaar

In het vierde studiejaar ligt de nadruk op verantwoordelijkheid en professionaliteit. Je krijgt de uitdaging om te handelen, beslissingen te nemen, problemen op te lossen en antwoorden te vinden in omstandigheden waar je nog niet eerder mee te maken hebt gehad.

De kern van het jaar vormt het afstudeerproject, bestaand uit een stage en een onderzoek in de beroepspraktijk met een beroepsproduct als uitkomst. Het onderzoek wordt tijdens of na de stage uitgevoerd en gaat in op een vraagstuk binnen die beroepspraktijk dat door jezelf gesignaleerd is. In het afstudeerproject demonstreer je vanuit een door jou geconstateerde uitdaging in het werkveld een beargumenteerde interventie te kunnen doen die zinvol is voor datzelfde werkveld. Je bereidt je voor op de presentatie aan het werkveld als startbekwaam erfgoedprofessional.

Het jaar wordt afgesloten met een feestelijke eindpresentatie waarbij de verschillende beroepsproducten die door studenten gerealiseerd zijn worden gepresenteerd aan de beroepspraktijk.

Delen
 

Studiegids

2019-2020