Studieprogramma

De opleiding Cultureel erfgoed duurt in totaal 4 jaar. De propedeuse en het 2e studiejaar - de major - worden beschouwd als de basisfase. Hierin volgen alle studenten hetzelfde programma en worden ze erfgoedbreed opgeleid. De laatste 2 jaar geldt als de profileringsfase waarin je je meer gaat specialiseren.

Opbouw

Elk jaar bestaat uit 4 blokken van elk 9 weken. Ieder blok bestaat uit 1 project en 4 vakken die deels op de projecten aansluiten. Er zijn hoorcolleges, werkcolleges en trainingen. De projecten zijn realistische casussen of echte opdrachten voor erfgoedinstellingen waar je samen in een groep aan werkt. Na een pitch wordt het beste plan gekozen en maakt de opdrachtgever er in de praktijk ook gebruik van.

In het eerste jaar zijn er gemiddeld 14 contacturen per week. De overige uren werk je in groepsverband op de academie of individueel thuis. De colleges beginnen op zijn vroegst om 9.00 uur en duren uiterlijk tot 16.50 uur.

Studiejaren

  1. Het propedeusejaar gaat over erfgoed, het werkveld, het publiek en presentatie.
  2. Tijdens het 2e jaar leer je de verschillende aspecten van conservering, beheer, bestemming en communicatie samen te brengen in een plan. Ook start je 1e stage van 15 weken.
  3. Het 3e jaar gaat in op cultureel zelfstandig ondernemen en maak je met medestudenten een ondernemingsplan voor een zelfbedachte erfgoedinstelling. Het 1e semester van het 3e jaar vormt een soort overgang. Je volgt nog gezamenlijk les, maar je kunt al persoonlijke accenten leggen, zowel in projecten als in de vrije studieruimte. In het 2e semester ga je je specialiseren door 1 van de 6 minors te kiezen of zelf samen te stellen. Verder ga je dit jaar op studiereis naar Londen, waar aandacht wordt besteed aan publieksbegeleiding, presenteren en tentoonstellen.
  4. Het laatste jaar rond je af met een afstudeerstage en -onderzoek waarin je een (praktisch) probleem oplost en zelf een projectplan schrijft en uitvoert. Tijdens je stage krijg je de mogelijkheid om je opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk te brengen. Bij het onderzoek ligt de nadruk op een methodische aanpak van een relevant praktijkprobleem op het gebied van erfgoed. Afstudeerscripties komen in aanmerking voor de Pieter Jan Abraham van Menschprijs.
Delen
 

Open dag

Informatie & aanmelden